zondag 27 februari 2022
woensdag 2 februari 2022
A million Roses.
maandag 31 januari 2022
Zwart Gat?
dinsdag 14 december 2021
Rembrandt
De recente aankoop door het Rijks van een schilderij van Rembrandt voor meer dan 100 miljoen euro roept bij veel mensen vragen op. Die vragen heb ik ook. Ik zal het uitleggen waarom. Ik kocht ooit op een veiling uit een inboedel een schilderijtje. Tot mijn verrassing bleekt het om een zelfportret van Rembrandt te gaan. Daarbij zat ook een brief van een museumdirecteur aan de vorige eigenaar van het werkje waarin hij de arme man helaas moest meedelen dat na uitvoerig onderzoek gebleken was dat het om een vervalsing ging. Om zijn leed en wellicht ook zijn verlies enigszins te verzachten voegde hij er de volgende troostrijke worden aan toe: “ Een illusie….en wat doet het er toe? Is het werk niet even boeiend? Op papier, op doek of als projectie op een doek? Ik moest daarbij denken aan de uitspraken van de filosoof Walter Benjamin die hij reeds in 1936 deed in zijn opstel: “Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid” waarin hij bepleitte dat eenieder, buiten het exclusieve bezit van kunstwerken, in zekere zin ook eigenaar kan zijn van deze kunstwerken.
Met de geavanceerde 2d- en 3-d reproductietechnieken van nu is
dat schilderij tot op de millimeter te reproduceren. Dus waarom zou je het fysieke
werk nog willen bezitten als je het, zogenaamd als een onmisbaar werk dat een directe
voorloper van de Nachtwacht zou zijn, in je collectie wilt opnemen. Een print (met
een mooie lijst) is immers ook zeer acceptabel om voor een groot publiek te
tonen. In dit verband wil ik toch ook nog wel een opmerking maken over de
reproduceerbaarheid van kunstwerken in onze huidige tijd die we via internet
met elkaar delen. Een print is nog wel op te vatten als een soort fysieke
afbeelding, maar wat te denken van een digitale afbeelding die op internet via
bijvoorbeeld NFT-marktplaatsen, zoals o.a. Rarible, te verhandelen is en
waarvan iedereen de exclusieve eigenaar kan worden van een kunstwerk zonder het
fysieke werk zelf te bezitten. Het bezit van het echte, unieke en
oorspronkelijke kunstwerk, dat binnen de commerciële kunstwereld de basis is
voor de prijsstelling en het verhandelen van het kunstwerk, is door al deze nieuwe
ontwikkelingen aan het eroderen. Waarvan akte.
vrijdag 15 oktober 2021
Even een moment van reflectie.
In mijn meest recente artikelen op mijn blog reageerde ik
kritisch op de zelfgenoegzaamheid van de curatoren van de tentoonstelling
Sonsbeek 20→24 in Arnhem. De artikelen op mijn blog schrijf ik meestal vanuit
het moment, wanneer ik door een actuele situatie in de wereld van de beeldende
kunst geraakt wordt. Als ik deze artikelen af en toe weer eens teruglees, lijkt
er toch een grote samenhang te bestaan in mijn benadering van de verschillende
aspecten van de kunstwereld, ja zelfs meer dan ik aanvankelijk vermoedde. Zo schreef
ik al eerder artikelen waarin ik uiterst kritisch reageerde op het concept van de tentoonstelling Sonsbeek 2016,
waarvoor het collectief Ruangrupa uit Indonesië verantwoordelijk was. Ditzelfde
collectief gaat nu ook de internationale tentoonstelling in Kassel (D) cureren.
Zij zal ons opnieuw via de kunst wel even een lesje gaan leren. Het is toch haast
niet te geloven. In een globaliserende wereld sluiten we blijkbaar met veel
begrip de kritiek in op onze Westerse cultuur en samenleving en betonen wij
schuld aan al de “wandaden” die onze voorvaderen in het verleden hebben begaan.
Maar laten we wel wezen, andersom blijft onze kritiek evenzeer gelden voor zovele
corrupte en onvrije landen in onze wereld, waar zovele mensen noodgedwongen
vertrekken en met veel risico de reis ondernemen naar onder meer Europa.
De autonomie van de beeldende kunst is mij zogezegd “heilig”. Daar waar overheden de kunst subsidiëren, ontstaat er gemakkelijk een spanningsveld tussen de kunstenaar die zijn of haar autonome werk inbrengt bij een tentoonstelling of de kunstenaar die zich in bochten moet wringen om zich te voegen naar het dwingende thema van de curator. Nu heb ik zelf in het verleden enkele keren ook een subsidie van de overheid gekregen om experimentele installaties uit te voeren. Ja, het was toen een andere tijd. Het experiment, ofwel het bevragen en onderzoeken van onze wereld in al haar gedaanten was toen een hot item. Ik was in de jaren ’80 en ’90, achteraf gezien, behoorlijk “groen” bezig om de onderdelen van een elektrisch apparaat, t.w. een radio-ontvanger, door allerlei organische materialen te vervangen terwijl de werking min of meer in tact bleef. Op geen enkele manier voelde ik mij toen beperkt, maar eerder gesteund omdat de kosten van de vaak eenmalige uitvoeringen van dit uiterst bizarre en onzinnige idee middels beeldende installaties grotendeels vergoed werden om deze te kunnen uitvoeren. Ik maakte vele beeldende installaties o.a. in Eindhoven, in Den Bosch, in de Haarlemmermeer, in de TU Twente Enschede en in Tokyo. Vooral aan Tokyo heb ik nog goede herinneringen, toen we na een verzoek voor een enkel onderdeel van mijn “bio-radio” een dag op en neer naar Yokohama reisden om er vers zeewier te oogsten uit de zee. Het was een verademing om een absurde vraag haast vanzelfsprekend beantwoord te zien worden, nadat ik in Nederland bij het NatLab van Philips, terwijl de individuele medewerkers van het Lab zelf volledig open stonden voor mijn vraag, om reden van gewijzigd beleid om meer naar de markt te gaan werken en daarvoor producten te ontwikkelen, het toch niet voor elkaar kreeg om vanuit een beeldende invalshoek te participeren in het onderzoek naar o.a. grootbeeldprojectie. Ik had dit ook wel kunnen weten, omdat ik wist dat kunstenaars uit Amerika, die om de deelname aan de Vietnam- oorlog te ontwijken en die tijdelijk in Arnhem mijn buren waren, met regelmaat naar Japan reisden om er de nieuwste spullen van Sony op te halen. Mijn "grootbeeldproject" heb ik in Nederland toch kunnen uitvoeren, eerst in een galerie in Utrecht en later in Arnhem, gewoon met "ouderwetse" beeldbuistelevisies en lenzen. Ja, zo gaan de dingen. Al met al, ik heb geen enkele illusie dat mijn toenmalige beeldende werk ook maar iets in concrete zin heeft betekend voor de z.g. “groene” revolutie. Het was gewoonweg mijn eigen nieuwsgierigheid. En zo hoort het ook.
donderdag 23 september 2021
BIG ART
BIG ART
Nadat Fuchs uit Het Stedelijk in
Amsterdam vertrok kwam ik er zelden meer. Wel bleef ik, naast de jaarlijkse
kunstbeurzen in Den Haag en Rotterdam, tentoonstellingen in het buitenland
bezoeken, zoals in Düsseldorf en Berlijn. Ik ga in Nederland graag naar De
Fundatie in Zwolle, Museum More in Gorssel, Het Drents Museum in Assen of Het
Singer Museum in Laren. Hoewel ik in Arnhem woon kom ik nog slechts sporadisch in
het plaatselijke museum. Dat geldt evenzeer
voor de musea in Nijmegen en Apeldoorn. Het is niet zozeer iets rationeels, het
is meer een gevoel dat mij weerhoudt van een bezoek. Het zal vast wel iets met
de programmering te maken hebben. Ik had dat ooit eerder ervaren met het Van
Abbemuseum in Eindhoven, waar ik niet meer kwam toen ze net iets teveel op de
conceptuele tour ging. Ook wanneer in
tentoonstellingen de beeldende kunst en de kunstenaars niet meer centraal staan
en ondergeschikt worden gemaakt aan allerlei
maatschappelijke thema’s die mij moeten leren om via de kunst de wereld te
leren kennen, ja dan haak ik af.
Na het dieptepunt van de tentoonstelling Sonsbeek 20→24
in Arnhem werd het tijd voor iets geheel anders. Dat wordt voor mij de
tentoonstelling BIG ART op het Hembrugterrein in Zaandam die van 30 september
tot en met 03 oktober 2021 van 11 tot 18 uur te bezoeken is. Ik citeer: “Curator
Anne van der Zwaag had het gevoel dat er ruimte was voor een nieuwe manier van
presenteren waarbij er plek is voor zowel galeries als zelfstandige kunstenaars
en voor zowel kunst als design. Het is voor de deelnemers en de bezoekers een
laagdrempelig platform en met BIG ART wil ze niet alleen het kunstpubliek
bereiken, maar juist ook mensen van buiten het wereldje”.
zaterdag 11 september 2021
In Your Touch, I Remain
Na 3 artikelen te hebben geschreven over de tentoonstelling
Sonsbeek 20→24 in Arnhem was ik er eigenlijk wel klaar mee, totdat ik de
tentoonstelling “In Your Touch, I Remain” bezocht in Omstand, space for
contemporary art. Deze tentoonstelling is in samenwerking met Sonsbeek tot
stand gekomen. Een vijftal kunstenaars lieten er na afloop van een 6 weken
durend verblijf hun werken zien: een wit gestucte vloer, enkele houten vormen,
een VR bril, een video en enkele meubels uit gevouwen papier. Niet alleen
ontging mij de samenhang tussen deze werken volledig, ook de werken zelf
spraken mij nauwelijks aan. Om toch tot enig begrip te komen, heb ik het
begeleidende foldertje geraadpleegd met een toelichting op de werken. Helaas,
in navolging van Sonsbeek 20→24 die grossierde in onbegrijpelijke quasi-
intellectuele teksten, bracht de tekst in het foldertje mij nog verder van
huis. Het lijkt er op dat de kunstbrabbeltaal, met vooral heel veel moeilijke
woorden, als een virus in kunstenland rondwaart. Zouden de diverse
subsidiegevers niet moeten beseffen dat zij met hun geldelijke bijdragen het publiek van de kunst vervreemden in plaats
van haar er bij te betrekken?
dinsdag 7 september 2021
Mijn derde en laatste bericht op deze blog over Sonsbeek 20→24.
In het besef dat de directeuren van Sonsbeek 20→24 erg blij
worden van kritiek wil ik in dit derde en laatste bericht op mijn blog over deze
tentoonstelling nog enkele opmerkingen kwijt. Het budget van deze
tentoonstelling bedraagt een slordige 2.5 miljoen euro. Als het programma van
Sonsbeek met verschillende projecten nog doorloopt tot 2024 is te verwachten
dat dit bedrag ruim overschreden gaat worden. Daarnaast lees ik in de bezoekersgids dat vele tentoongestelde werken
in opdracht zijn gemaakt en ter plekke zijn geïnstalleerd. Vooropgesteld, het blijft
een lastig verhaal wat binnen de kunstwereld nu eigenlijk de geldelijke waarde
van dit type kunstwerken is. Beeldende installaties zijn niet gemaakt voor de
eeuwigheid, zij zijn tijdelijk, vaak niet verhandelbaar, maar zij kosten wel altijd
geld. Mijn vraag is: wie wordt na het ontmantelen van de tentoonstelling de eigenaar
van deze werken? Dit kan enkel voor het concept gelden maar bijvoorbeeld ook voor
het materiaal dat in de installaties is gebruikt. Of gooien we de spullen verder
ongezien in de container? Dit gaat onherroepelijk ook weer drukken op het
budget. Het zal niet de eerste keer zijn dat Sonsbeek na afloop van een
failliet gered moet worden door de aankoop en herplaatsing van werken. Probleem is wel dat we het hier niet
hebben over “echte” beelden gemaakt van een duurzaam materiaal zoals bijvoorbeeld
brons, maar vooral over spaanplaat, baksteen, textieldoek en plastic.
Mijn tweede opmerking geldt de onzinnige teksten die ik onder
de kop F 1 t/m 5 (F staat voor Frequenties)
in de bezoekersgids las. Laat ik allereerst een aantal zinsneden noemen die mij
opvielen en waarvan ik niets begreep: “meervoudige sedimenten van sonoriteit
die weerklinken”, “you no fit tie koki wit wan hand”, “legale ruimten, waar sekswerk beoefend kan
worden, worden gesloten”, “eerst een bezoek brengen aan epistemologische
ruimten en fenomenologische ruimten en daarna worden uitgenodigd voor een
peripatetische ervaring” en jawel ook “ surrealistische ecologieën van het onderbewustzijn om
onderstromen te ervaren”. Met name de tekst over de voormalige vliegtuighangar,
die verschillende sedimenten van de geschiedenis zou ontrafelen omdat het als
boerderij bewaard is en daarna tot paviljoen verklaard is en nu een
beeldhouwwerk van historische bakstenen herbergt, is naar mijn mening erg ver gezocht.
Bij mijn bezoek aan de “hangar”, niet meer dan een lege schuur, zag ik slechts een
vage print in de deuropening hangen.
Kortom, ik wil niemand, laat staan de kunstenaars, die met
hart en ziel hebben deelgenomen aan deze tentoonstelling, te kort doen. Als
bezoeker van de tentoonstelling wil ik enkel mijn ervaring met hen delen.
zondag 5 september 2021
Mijn reactie op een artikel over Sonsbeek 20→24 in De Gelderlander.
Na het stukje dat ik schreef op deze blog over Sonsbeek
20→24 verscheen op 29-08-2021 een artikel van Linda Pol in De Gelderlander onder
de kop: ”Sonsbeektentoonstelling oogst lof
en kritiek: ‘Ik ben blij dat mensen kritisch zijn’ “ waarin ze een
aantal vragen stelde aan de Sonsbeekdirecteur Steven van Teeseling en de
artistiek directeur Bonaventure Soh Bejeng Ndikung. Na lezing van dit artikel
verlangde ik onmiddellijk terug naar oude tijden toen er nog kunstrecensenten bij
de krant werkten die pittige kritieken konden schrijven.
Het oppervlakkige artikel, zowel wat de kritiekloze vraagstelling
in het interview betreft als de gemakzuchtige beantwoording van de gestelde
vragen, blinkt uit door open deuren en tegenspraken. De beide heren zijn echter
zelf zeer content over hun, zelfverklaarde, prestigieuze tentoonstelling
Sonsbeek 20 →
24. Blijkbaar was dit de boodschap die naar de lezer gecommuniceerd moest
worden.
Laat ik hier slechts op een enkel aspect ingaan. Dit betreft
de informatie naar het publiek. De heer Ndikung beschouwde het als een
voorrecht om de kunstwerken, die volgens hem krachtige statements zijn over ons
verleden, heden en toekomst, te mogen tonen. Deze werken zouden zo krachtig zijn
dat het niet nodig was om er iets over te vertellen omdat ze zelf al de kijker zouden
prikkelen tot eigen ervaringen. Toen gaandeweg de tentoonstelling bleek dat de
werken niet goed begrepen werden, werd de informatie alsnog aangevuld door klakkeloos
allerlei hoogdravende, onbegrijpelijke teksten uit het Engels te vertalen. Het
middel blijkt hier nog erger dan de kwaal. De heer van Teeseling, die
ongetwijfeld zijn kwaliteiten heeft in de financiële wereld, liet in zijn algemene
antwoorden alle kritiek met groot gemak van zich afglijden. Hij was enkel blij
en trots. Volgens eigen zeggen vond hij het belangrijk de kunst te gebruiken om
het gesprek met het publiek aan te gaan over belangrijke maatschappelijke
onderwerpen. Dat was heel goed gelukt, zo vond hij zelf. Waarop hij die uitspraak
baseerde is mij een raadsel.
zondag 29 augustus 2021
Beeldende kunst tentoonstelling Sonsbeek 20→24, Arnhem 2021.
Ondanks de artikelen in de pers die niet erg lovend waren en
ondanks de kritische verhalen die mij werden verteld door verschillende bezoekers
die de tentoonstelling reeds eerder bezochten, heb ik mij voorgenomen om
mijzelf volledig open te stellen bij mijn bezoek in augustus 2021 aan de
beeldententoonstelling Sonsbeek 20→24 in Arnhem, Nederland.
Allereest heb ik de website van Sonsbeek 20→24 bezocht. Wat
is dit toch een uiterst vervelende website met een overdaad aan hoogdravende
teksten, toeristische tips, infopunten, routes en nog heel veel meer. Bovendien
voel ik mij door het ontbreken van enig beeldmateriaal in de streng opgemaakte zwart-wit startpagina
op geen enkele manier geraakt door of enthousiast gemaakt voor deze
tentoonstelling.
Ik ben desondanks mijn bezoek begonnen in de Eusebiuskerk en
heb er allereerst de bezoekersgids opgehaald. Er blijken liefst 5 routes te
zijn met in totaal 13 locaties! En wat te denken over teksten zoals: “Sonsbeek
is een reis, op z’n zachtst gezegd: naar en in het onbekende”. Of: “Sonsbeek is
geen tentoonstelling, maar een manifestatie, ja zelfs een jamsessie”. Of
bijvoorbeeld: “Sonsbeek is tot stand gekomen door rond te dwalen in
verwondering”. Dan dringt zich toch de vraag bij mij op: “Wordt ik hier niet
het bos ingestuurd?” In de bezoekersgids lees ik ook een soort van een
artistiek- inhoudelijke verantwoording van deze editie van Sonsbeek waarin
zowat de gehele wereldproblematiek, zowel in het heden als in het verleden, t.a.v.
bijvoorbeeld armoede, ongelijkheid, arbeidsverhoudingen, migratie, uitbuiting
etc. middels de getoonde kunstwerken aan de orde zou worden gesteld. Politiek-correct
klinkt het allemaal wel goed, maar het lijkt mij erg overdreven dat de beeldende
kunst dit vermag en in deze iets ten goede zou kunnen betekenen. Ik zou in dit
verband eerder naar de talloze video’s willen verwijzen die iedere dag te zien
zijn op YouTube en die buiten de gevestigde media om genadeloos onze wereld
scannen en fileren op alles dat lelijk en onrechtvaardig is. Dat de organisatie
van Sonsbeek 20-24 zelf haar editie 2021 als baanbrekend en richtingbepalend
bestempeld, lijkt mij bezijden de waarheid. Zij bewijst naar mijn mening de
beeldende kunst een slechte dienst door een “tentoonstelling” neer te zetten die
door haar zware thematiek in beeldend opzicht bijzonder arm is en waar zowat ieder
tentoongesteld werk onmiddellijk vraagt om een uitleg. Pijnlijk is dat wanneer
die uitleg wordt gegeven, zoals via de app, de catalogus of de gids, deze uitleg
nauwelijks te begrijpen is, ja zelfs lachwekkend is. Je zou mogen verwachten
dat de teksten die door de participanten aangeleverd zijn niet zomaar klakkeloos
vertaald worden, maar verwerkt worden in een communicatief goed verhaal om de
beelden dichter bij zowel de bezoekers, de beschouwers als het meer algemene publiek
te brengen.
Het kleurige tekenwerk van Mithu Sen in de Eusebius kerk kon
mij, ondanks haar naargeestige thematiek, door haar indringende presentatie nog
wel bekoren. De overige werken in de Eusebius kerk, zijnde 3 ruimte vullende
installaties, lieten het wat hun zeggingskracht betreft, ondanks hun enorme afmetingen
en materialiteit, volledig afweten.
Van de werken die ik bij Collectie De Groen zag noem ik slechts
de twee interactieve werken die door het fysieke ongemak bij de werken van Laure
Prouvost en het irritante licht- en geluidspel bij Libita Sibungu slechts enige indruk op mij konden maken. Deze twee kunstwerken kunnen het qua impact bij lange na niet halen bij
een enkel, dagelijks voorbeeld uit de YouTube videocollectie. Log maar eens in en
ervaar anno 2021 de wijk Kensington in Philadelphia in Amerika, waar vloggers iedere
dag het openlijke drugsgebruik in deze verpauperde wijk vastleggen. Nog
schrijnender in dit verband is dat Google zelfs in 2021 nog schrijft: “De lage
huren in Kensington hebben geleid tot een overvloed aan hippe bars en
brouwerijen. De eerste ambachtelijke brouwerij in deze wijk, Philadelphia
Brewing Company, is gevestigd in een gerestaureerde 19e-eeuwse brouwerij.
Frankfort Avenue is een levendig gebied met kunstgalerieën en theaters. Het
Kensington Kinetic Sculpture Derby and Arts Festival is een populair evenement
met uitbundige praalwagens dat jaarlijks in het voorjaar plaatsvindt”. Deze
tekst zet je dan wel even aan het denken over hoe het toch zo verkeerd kan gaan.
In Showroom in Arnhem zag ik kleurige, doch vlakke en
verveelde schilderijen met als thema Shadow Women, waarin verschillende vrouwen
met tegenzin allerlei huishoudelijke klusjes uitvoerden. Ik zag ook een videopresentatie
van het boek van Willem de Rooij met gescande , authentieke, zwart/wit fotonegatieven van Pierre Verger van een nette,
burgerlijke straat in Paramaribo met prachtige Hollands aandoende huizen in
koloniale stijl en met nette dames en heren op fietsen. Wat niet op deze foto’s
te zien is , maar wat wel voelbaar is, waar komt deze rijkdom nu eigenlijk vandaan?
Ik heb ook de Buitenplaats aan de Koningsweg in Arnhem
bezocht. Ik kan mij nauwelijks meer herinneren wat ik, behalve het v. m.
defensieterrein zelf dat in ontwikkeling is, nu eigenlijk gezien heb. In The
Yarn zag ik een rolstoel beplakt met een of ander groen spul en verder een lege
ruimte waarin een uiterst irritante installatie met geluidsboxen te horen was.
In de verder lege ruimte van De Hangar zag ik een groot geprint bord geplaatst in
de deuropening aan de achterzijde van deze schuur. Ik heb het zelf niet gezien
of ervaren, maar bij nalezing in de gids blijkt dit werk met de titel Hoc Opus
Hic, te gaan om een site-specifieke interventie met historische gemeentelijke
bakstenen en, het is heus waar, om een heropende deuropening! Dit laatste werk
mag een voorbeeld zijn voor de vele andere werken in de tentoonstelling die niet
boeien door hun directe, fysieke verschijning, maar slechts enigszins te
begrijpen zijn door een of andere gemankeerde uitleg in woorden. Boeiender was eigenlijk
het pad naar De Hangar dat door een open, uitgestrekt graanveld liep en waar de
groene sprinkhaan zich te goed deed aan de halmen.
Nog even naar het Zijpendaal park gereden en een tweetal
werken beschouwd. De relatie tussen de installatie van Justine Gaga met de Grolsch
bierkratten, voorstellende een soort van doolhof en de daarin aangebrachte led
schermpjes met vage video’s ontging mij volledig. Ditzelfde gold voor een drietal werken van Anna Mermaid, dat met schrikdraad
ontoegankelijk en daarmee onleesbaar was.
Helaas ontbrak het mij aan tijd om alle werken te kunnen bezichtigen
en heb ik tot slot alleen nog het Sonsbeekpark kunnen bezoeken. De staketsels nabij
de Fontein met bedrukte oude lappen hingen er nogal verwaaid bij, waardoor de
betekenis ervan mij ontging. Het werk van Jennifer Tee nabij de Waterval, o.a.
een met bakstenen ingelegd pad, voorstellende een boom met vrolijk slingerende takken
en wortels, zou ik wel sympathiek willen noemen, ook heel leuk voor kinderen om
na de tentoonstelling op te spelen. De titel van het drijvende, kleurige
bouwsel in de Grote Vijver, zo lees ik achteraf in de gids, is Deep Encounter.
Deze titel lijkt mij erg overdreven. Het is een met hergebruikt hout, textiel
en styrofoam gewoon een stevig ding, met een grote steen die in kabels hangt en
waarin je een of meer rondjes kunt lopen of een voorzichtig uitstapje kunt maken
naar een tweetal kleine platvormen. Kijk via YouTube maar eens naar de
sloppenwijken die in Afrika en Azië op het water zijn gebouwd en waar kinderen
spelen met alle risico’s.
Daarna ben ik op weg gegaan naar de Stadsvilla en heb ik ter
afsluiting nog de ruimte met de z.g. Black Archives bezocht die ik volgens de
programmering eigenlijk als eerste startpunt had moeten nemen. Ik ergerde me
direct al aan het belerende toontje dat uit de tentoongestelde werken was op te
maken. Inderdaad, Nederland heeft ooit, net zoals zovele andere Europese
landen, haar invloed in de wereld willen vergroten en bevestigen, niet in de
laatste plaats om er behoorlijk wat aan te verdienen. Maar laten we wel wezen ook
binnen Nederland zelf waren er in vervlogen tijden grote verschillen tussen de
verschillende bevolkingsgroepen.
Het thema van de tentoonstelling concentreert zich vooral
rondom het aspect arbeid. Dit geldt niet alleen een item dat internationaal
speelt. Laat ik daarom een aantal persoonlijke opmerkingen ter relativering van
dit thema noemen. Mijn moeder moest ondanks haar sublieme resultaten in het
lagere school onderwijs als dienstmeisje in de kost bij familieleden in het
westen van het land. Ja, zo ging dat toen. Als de plek waar je woont je geen
werk meer geeft ga je op zoek. Dat heet migratie. Mijn grootouders gingen ooit op
zoek naar werk vanuit Nederland naar Duitsland, daar werd mijn vader geboren. Zijn
naam is Bernhard Wilhelm Heinrich Schulte. Hoe Duits wil je het hebben. Net
voordat mijn vader zou worden opgeroepen voor het Duitse Leger kon mijn
grootvader tijdig, voor de oorlog uitbrak, weer terugverhuizen naar Overijssel
in Nederland om aldaar als schipper het afgegraven veen af te voeren. In
Nederland deed mijn vader zijn dienstplicht tijdens de bombardementen op
Rotterdam. Als een na oudste van het gezin droeg hij zijn wedde af. Daarna begeleide hij na de oorlog diverse werkprojecten voor
werkelozen. Hij heeft het mij zelf nooit verteld, het was een sterke man, maar van een neef hoorde ik
dat hij “reerde” (dat is Sallands voor huilen) als hij daarover tegen anderen
vertelde. Het kan verkeren.
