vrijdag 6 september 2019

Frictiegelden

Het frictiepotje.



installatie(detail) Reinier de Huu in VM23


Voor het maken van tentoonstellingsplekken, c.q. experimentele ruimten voor beeldende kunstenaars is niet zo heel veel nodig. Een niet al te kleine maar toegankelijke ruimte, een sleutel en een tegemoetkoming in de kosten voor publiciteit, energie en expo- materiaal is al voldoende. In het verleden is er veel misgegaan met de uitvoering van diverse overheidsregelingen voor de kunsten en is er veel cultuurgeld in een hele diepe put verdwenen met o.a de faillisementen van de beeldende kunst centra. Dat moeten we voorkomen. Voor ons, als gepassioneerde kunstliefhebbers, is een tentoonstellingsplek een zo informeel mogelijke plek, die door de persoonlijke inzet van de organisatoren en de kunstenaars zichzelf voortdurend in de praktijk bewijst. Zij is daardoor uiterst zichtbaar, transparant en controleerbaar voor de eventuele sponsors, donateurs of geldverschaffers. De huidige subsidieaanvraag- rondes bij de gemeente en de provincie voor de kunsten lijken, voor de plekken die wij willen maken, veel te omslachtig. Het is niet dat we geen specifieke doelen zouden kunnen formuleren of niet in staat zouden zijn om een succesvolle aanvraag te doen, maar we willen onder geen beding ons initiatief belasten met politiek wenselijke uitgangspunten. Wij willen een vrij speelveld voor de autonome beeldende kunst. Er moet toch ergens bij de gemeente of de provincie wel een frictiepotje zijn om ons initiatief (zie ook: www.b53.nl ) te ondersteunen?  

woensdag 4 september 2019

Lokaal

Over Rijkdom en Diversiteit

googleimage
Het is goed om het eigene te onderkennen en daar naar te handelen. Dat geldt ook voor het lokale waarbinnen landelijk vaak onbekende, maar authentieke kunstenaars binnen het bereik van de muziek en de beeldende kunst oneindig veel prachtige dingen laten horen en zien. Gek genoeg begon het bij mij allemaal bij het luisteren naar de Amerikaanse  "lokale" internetzender WNCW (Spindale, North Carolina, USA) die haar zeer gedifferentieerde muziek- programma op een voor mij prettige wijze van commentaar en interviews voorziet in plaats van het opgewonden en quasi leuke geklets dat ik bij een willekeurige landelijke Nederlandse zender moet aanhoren. Van het een kwam het ander toen ik via de regiozender RTV OOST in het programma DE BIJRIJDER de internetzender ALLES PLAT hoorde die tot mijn verrassing een grote diversiteit aan muziekstijlen programmeert, waarbij de teksten voor een groot deel in een van de oostelijke provinciale dialecten worden uitgevoerd. Behalve de ook landelijk zeer bekende artiesten en bands, zoals Lohues, Finkers of Normaal, zijn er vele artiesten bij deze zender te horen die zich in geluid, tekst en stijl op een uiterst oorspronkelijke en genuanceerde wijze uiten. Teksten die al lang het cliché van de verlegen boerenzoon zijn ontstegen die na een week lang hard werken op het land zich laat vollopen met bier in het café en betreurt dat het mooiste meisje van het dorp hem niet ziet zitten omdat hij te bleu of te zat is. Een van de vele parels in de nieuwe generatie van artiesten is de zangeres Marlene Bakker, die in het Gronings zingt en recent haar prachtige CD getiteld RAIF uitbracht met eigen werk. Er zijn er nog vele meer te noemen.

Nu het internet iedereen met iedereen verbindt is het lokale niet meer kleinzielig, beperkt, achterlijk of behoudend meer, maar integendeel onmetelijk rijk, uniek, genuanceerd, open en bijzonder. Daar moet, ook in geldelijke zin door subsidiegelden te her bestemmen, veel meer aandacht voor zijn zodat daarmee voorkomen kan worden dat veelbelovende, kleinschalige, vaak incidentele doch interessante initiatieven vroegtijdig sterven in schoonheid. Slechts voor een deel kan dat binnen het culturele bereik worden opgevangen door particuliere initiatieven. Overheden hebben hierin ook een belangrijke rol door de miljoenen aan cultuurgelden eens wat minder uit te geven aan de gevestigde spelers, zoals aan de vele grote musea en aan de diverse grootschalige evenementen. Want anders wordt het toch wel erg saai en erg eenzijdig in Nederland en moeten we het tot in lengte van tijden ieder jaar weer, thematisch gezien, enkel met politiek correcte tentoonstellingen doen of met al weer een Rembrandt- of van Goghjaar waarbij de familie Krabbé ons uitleg gaat geven.   

dinsdag 3 september 2019

Internet

Over heden, verleden en gemiste kansen


googleimage

Zowel voor het helpen herinneren aan je eigen verleden als voor het ontdekken van zovele nieuwe werelden is het internet een zegen. Opnieuw logde ik weer eens in op YouTube toen ik op zoek was naar John Holt, die op een fantastische wijze een nummer, getiteld “Help me make it through the night” van Kris Kristofferson had gecoverd. Daar had ik even behoefte aan. Ja, dan gaat YouTube (Google) met algoritmes aan het werk en stelt mij keuzes voor die in mijn lijn (cross over, fusion, experimental, etc.) liggen. Rationeel gezien was ik wel even in verwarring, immers het fenomeen algoritme staat (terecht) ernstig ter discussie, maar voor haar voorstellen om deze in mijn persoonlijke speellijsten op te nemen ben ik haar uiterst dankbaar. Zo “ontdekte” ik onder meer HEIMATDAMISCH, THE DEAD SOUTH, THE POGUES, DAIQING TANA, MARLENE BAKKER, ACCEPT, THE COUNTRY SISTERS, THE REVEREND PEYTON’S BIG DAMN BAND, KITTY/DAISY/LEWIS, THE BE GOOD TANYAS en natuurlijk THE BANGLES, de band waarvan haar fantastische nummer “Walk Like an Egyptian” in de jaren 80 in een muziekprogramma op een Nationale Nederlandse tv-zender werd uitgezonden op het moment dat ik in het v.m. HOOGHUIS in Arnhem in de kelderruimte een installatie aan het inrichten was met zo’n 12 analoge tv’s die ieder voorzien waren van een drietal lenzen om daarmee een totale, wand vullende projectie van beeldfragmenten te kunnen maken. De sensatie van dit moment, toen ik alleen in die verder lege kelderruimte was, waarbij ik het onophoudelijke flitsen van de talloze beeldfragmenten op het ritme van dit merkwaardige dansje van The Bangles op een intensive, haast fysieke wijze ervaarde, is misschien wel het lot van de kunstenaar. Zoveel moois en niemand die het ziet.

Ik zeg dat overigens niet zomaar. Mijn contacten met medewerkers van het NatLab van Philips waren op dat moment erg goed om als kunstenaar de mogelijkheden van de toen nieuwe digitale beeldvorming (LCD, LED) te gaan verkennen, totdat het management van Philips besloot dat de economische haalbaarheid voorrang moest hebben op het “vrijblijvend” uitvinden van nieuwe technieken. Dat was eigenlijk wel een beetje wrang, omdat ik in mijn studietijd een paar Amerikanen had ontmoet, die toen in de wijk Klarendal woonden en die hun diensttijd om reden van de oorlog in Vietnam waren ontvlucht. Zij vlogen met regelmaat naar Japan om bij Sony de nieuwste grootbeeld projectie-techniek op te halen en er mee te experimenteren. Waarom zou het in Nederland dan niet kunnen dat kunstenaars samenwerken met bedrijven of universiteiten?  Er zijn in de jaren ’90 slechts een klein aantal initiatieven in Nederland geweest waarbij kunstenaars en wetenschappers samenwerkten aan een project. Zelf nam ik ooit deel aan het tART festival dat door de Universiteit Twente werd georganiseerd waarbij ik het absurde idee mocht inbrengen om te onderzoeken hoe groot je de onderdelen van een radio kunt maken waarbij deze toch blijft werken. Die openheid tegenover het nog onbekende heb ik altijd gewaardeerd. Toen ik jaren later een installatie in Tokyo maakte was het geen enkel probleem voor mijn Japanse vrienden om een simpele vraag van mij direct met diezelfde openheid te beantwoorden en een dag later in de baai van Yokohama vers zeewier op te duiken zodat ik dit materiaal samen met vele mandjes sake en nog meer Japanse komkommertjes zou kunnen gebruiken als een onmisbaar onderdeel in mijn "organische radio".

vrijdag 16 augustus 2019

Over Jan Mankes en Dik Ket

Geld voor stenen

"De schreeuw" Park Angerenstein Arnhem

Er zijn niet veel plekken in de provincie Gelderland meer te vinden waar nu levende en werkende beeldende kunstenaars aan haar burgers hun werk kunnen laten zien. Galerieën zijn er nauwelijks meer, de paar nog wel gesubsidieerde kunstplekken zijn gevestigd op slechte locaties en de 3 grote musea in Nijmegen, Arnhem en Apeldoorn kwakkelen maar door met oninteressante tentoonstellingen en tegenvallende bezoekersaantallen. Of zij zijn zelfs gesloten, zoals bijvoorbeeld in Arnhem, waar na een uiterst moeilijke aanbesteding voor de verbouwing eindelijk een begin gemaakt kon worden om een nieuwe archiefruimte en zaal te realiseren, nadat boven de oorspronkelijke 15 miljoen nog eens 7.5 miljoen werd vrijgemaakt. Tot alles is opgeleverd, huurt het Arnhemse museum voor vele duizenden per maand tijdelijk ook nog een kerkruimte waar zij voor een paar ton in tentoonstellingsmaterialen investeerde. Het is allemaal groot geld. De vraag is daarom gerechtvaardigd of de verschillen tussen de positie van de beeldende kunstenaars om hun actuele werk te kunnen tonen en de haast onwrikbare status van de gevestigde instituten niet schrijnend, ja zelfs pijnlijk zijn geworden. In onze moderne tijd, waarin we via de media voortdurend eigen keuzes uit een enorm aanbod kunnen maken, is een te grote macht en zeggenschap bij deze instituten over dat wat van belang is in de beeldende kunst volstrekt onacceptabel. Aan de wanden in de nieuwe zaal van Museum Arnhem, die samen met de archiefruimte minimaal een slordige 22.5 miljoen! gaat kosten, zullen opnieuw de oude werken van bijvoorbeeld Jan Mankes en Dik Ket worden opgehangen, werken die evengoed in het particuliere museum More een mooie en zelfs permanente plek zouden kunnen hebben. Dank zij een kwalitatief hoog aanbod van beeldende kunst in de provincie kun je met een fractie van al dit grote geld een fantastisch kunstklimaat in Gelderland scheppen. Waarom doen we dat dan niet?

maandag 17 september 2018

Fine Art?


Verbeelding.


Restaurant in Italië 2014 (buiten het seizoen) 


Toen ik in augustus 2018 vanaf de Oude Kraan in Arnhem, waar ik net de eindexamenexpositie van de afdeling Fine Art van ArtEZ Arnhem had bezocht, naar het hoofdgebouw van ArtEZ liep kreeg ik opeens het onbehagelijke gevoel dat ik in deze expositie iets wezenlijks had gemist, terwijl ik nog zo mijn best had gedaan mij met de mogelijke, vaak verborgen conceptuele lading van de tentoongestelde werken te verhouden. Ik besefte tot mijn schrik dat ik nauwelijks een tekening, schilderij, plastiek of een grafisch werk had gezien. Misschien is het wel een haast ouderwetse constatering in deze tijden van elektronische beelddragers, maar een beeldende kunstopleiding die de z.g. “traditionele” beeldende technieken zo zeer verwaarloost moet zich als opleiding afvragen of ze eigenlijk nog wel een bestaansrecht heeft wanneer ze in haar curriculum de “verbeelding” ten faveure van het “concept” zo drastisch overboord gooit. Zij ontneemt daarmee haar kunststudenten een uiterst waardevol leerproces waarin zij de kunst van het esthetiseren en materialiseren van waarnemingen en inhouden (ideeën, onderwerpen, etc.) oefenen om toe te kunnen passen in concrete beeldende werken. Hoe arrogant is het om te suggereren dat de vaak met veel moeite te ontdekken en veelal gemankeerde concepten in de meeste, visueel zeer oninteressante werken die ik op de eindexamenexpositie zag een nieuw licht zouden werpen op onze wereld. Worden kunststudenten hier niet het bos ingestuurd?  

dinsdag 22 mei 2018

Overheden en beeldende kunst

Beeldende kunst in Gelderland. 

Overheden en beeldende kunst. Als je als kunstenaar geen werkje in de collectie van de provincie Gelderland hebt dat bij tijd en wijle in het nieuw gerenoveerde Provinciehuis in Arnhem wordt opgehangen of niet wordt uitgenodigd voor de tweejaarlijkse Biënnale Gelderland lijk je er als kunstenaar niet toe te doen. Wat een onzin. Laten we wel wezen, veel kunst in het bezit van overheden is het gevolg van de riante sociale regelingen in het verleden. Hoewel sommige kunstenaars de aankoop of het subsidiëren van werken door overheden ervaren als een haast ultiem kwaliteitsoordeel is dit geenszins het geval. De wereld van de kunst kent immers vele wegen. Zij is mondiaal en gaat van her naar der, van hand tot hand, in en uit particuliere verzamelingen enzovoort. Daar waar lokale overheden zich met (beeldende) kunst bemoeien gaat het meestal fout. Drie musea in elkaars directe nabijheid op de oostelijke noord-zuid as in Gelderland maken er een potje van en beloven, voor opnieuw een paar miljoenen meer, beterschap. In Nijmegen liep ik onlangs op een zondagmiddag vanaf een levendige binnenstad naar het Museum het Valkhof, een grauw en levenloos gebouw aan de rand van een plein, waarin nauwelijks een bezoeker te bekennen was. Wat een treurnis. Gelukkig kon ik mijn ongenoegen over het vertoonde delen met een echtpaar dat naar Nijmegen was afgereisd vanuit Ommen in Overijssel met een vrij reizen- en toegangskaart van de Bankgiroloterij. Vele afgesloten zalen, een voor basisschoolleerlingen wellicht interessante educatieve tentoonstelling over archeologie en een mini-presentatie in een klein zaaltje van een paar werken van Armando dat, meer als opvulling van leegte, geen enkel recht deed aan de impact van zijn werk. In Arnhem was ik tot voor kort nog positief gestemd over het voornemen van de directie van Museum Arnhem om zonder gebouw, jezelf als kunstinstelling opnieuw uit te vinden voordat een aannemer voor iets meer dan heel veel miljoenen een zaaltje wil aanbouwen bij het bestaande gebouw. De kunst naar het publiek brengen op allerlei aansprekende manieren lijkt nu toch echt mislukt. Als we in noordelijke richting doorreizen naar Apeldoorn ontmoeten we in het CODA (Cultuur Onder Dak Apeldoorn) Museum (wat een vreselijk gebouw dat net als het museum in Nijmegen veel enge trappen kent terwijl het publiek toch merendeels boven de zestig is). Er gloort hier toch iets van beleid door ruimte te geven aan het lokale spectrum met plaatselijke kunstenaars, papierkunst (relatie met papierindustrie), Sparta industrieel erfgoed bromfietsen etc. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar de zender Alles Plat! De internetzender van Oost-Nederland. Het Nedersaksisch is echt een taal!    

vrijdag 11 mei 2018

Thorbecke

... en de kunst

Detail muurschildering in VM23 Arnhem van Bart Verburg 2017 

De overheden zullen zich nooit met de inhoud van de kunsten bemoeien, zo hebben we in Nederland ooit met elkaar afgesproken. Het tegendeel is echter de praktijk van alledag. Cultuurbeleid in Nederland kenmerkt zich door de dwingende bemoeizucht van de diverse overheden om de kunsten dienstbaar te maken aan allerlei op zich zelf prachtige sociaal- maatschappelijke doelen. Het toverwoord “verbinden” is, na “bewust worden” als een goede tweede, daarbij leidend geworden en biedt haast een garantie voor een succesvolle aanvraag van een overheidssubsidie. De kunst die vragen stelt aan ons eigen zelf, onze technologische wereld, ons (neo)liberale marktsysteem, ons walgelijke verleden en wat al niet. Alles komt voorbij: Gender, Slavernij, Integratie, Kolonisatie en zoveel meer. De balans lijkt nu toch echt wel zoek. Binnen het culturele bereik zouden de overheden slechts enkele taken dienen te verrichten. Naast het beheer van het erfgoed, is haar taak het “zo goed mogelijk” faciliteren van de initiatieven en instellingen in het kunstenveld. Het huidige subsidiesysteem op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau lijkt er echter op gericht te zijn om vooral de status quo van de gesubsidieerde instellingen en initiatieven in de kunsten en de cultuur te bewaken die voldoen aan haar bedrijfsmatige, politieke, maatschappelijke, morele en nog veel meer eisen met als gevolg dat aan deze partijen toegekende langjarige subsidies verstikkend werken op de start van nieuwe veelbelovende initiatieven.  
Afbeeldingsresultaat voor thorbecke
Thorbecke

donderdag 22 maart 2018

De contrasten zijn groot

Over kunst en politiek.

Geit van Jan Mankes.

De gesubsidieerde partijen in het lokale kunstwereldje in Arnhem benoemden zichzelf onlangs tot de Cultuursector in Arnhem en “vergaten” daarbij voor even alle niet gesubsidieerde partijen door hen niet uit te nodigen voor een Cultuurdebat om, voorafgaand aan de Gemeentelijke Verkiezingen, een open deur in te trappen en het obligate punt te maken dat er na Zijlstra veel meer geld naar de gesubsidieerde sector moet toe(terug)vloeien. Waar dit geld vervolgens terecht moet komen is voor mij niet alleen een raadsel, maar heeft ook niet mijn vertrouwen dat het geld goed besteed gaat worden. Nadat de cultuurwethouder in Arnhem al eerder 40 miljoen uitgaf aan cultuurGEBOUWEN bevreemdt het mij dat geen enkele aannemer, daar nog eens bovenop, voor 15 miljoen! een zaaltje wil aanbouwen bij het nu voor komende jaren leegstaande Museum Arnhem. Een zaaltje, niet zozeer om er voor de zoveelste keer de geitjes van Jan Mankes te tonen, maar vooral voor haar “architectonische zelf”, niet meer dan een bouwsel dat vanaf het niveau van de rivier “pittig” uitsteekt van de stuwwal waarop het is gebouwd en dat een uitzicht biedt op het rivierengebied. Laten we wel wezen, met twee stappen buiten het museumgebouw heb je voor helemaal niets hetzelfde prachtige uitzicht. Ondertussen vinden diverse werken uit de collectie van het Museum Arnhem een zeer goed thuis in Museum MORE, gewoon een particulier initiatief dat wel werkt. Het Museum Arnhem heeft zichzelf daarmee overbodig gemaakt. Daar helpen de educatieve medewerkers, die tijdens de sluiting van het Museum met koffertjes vol met kopieën van werken uit het museum langs basisscholen worden gestuurd, helemaal niets aan.

Hoe groot kunnen de contrasten zijn.
De intrinsieke behoefte van de mens om haar wereld te verbeelden is van alle tijden. Het behoeft geen betoog dat het creatieve kapitaal in de stad Arnhem en de regio, mede door haar kunstopleidingen, enorm is. Haast vanzelfsprekend dient het beste van wat gemaakt wordt in al haar breedte en diversiteit getoond te worden om zichtbaar te kunnen zijn voor haar inwoners. Als twee gewone inwoners van de stad Arnhem met een passie voor de beeldende kunst trachten we daar een gevolg aan te geven. Zonder enige subsidie en met een minimum aan facilitering maken we al meerdere jaren samenhangende tentoonstellingen, presentaties en evenementen. Eerst in VM23, nu in B53 Podium voor hedendaagse kunst, dat gelegen is op de hoek van de Beekstraat en de Broerenstraat in Arnhem. Het halfjaar dat B53 gegeven is, om tot en met mei 2018 dank zij de Stichting Atelierbeheer Slak met een vrije programmering een mooie serie tentoonstellingen neer te zetten, benutten wij optimaal. Zie ook haar website www.b53.nl en haar facebookpagina b53ART. Ons initiatief kan iedere keer opnieuw weer op een andere plek een vervolg krijgen, daar waar leegstand tijdelijk een culturele invulling behoeft. Het moge duidelijk zijn dat een permanente plek voor de hedendaagse kunst ons streven is.

donderdag 21 december 2017

Overkill

Ziel en zaligheid. 

GoogleimageRuimtekoers.

Wie kan er nu tegen zo'n schattig plaatje zijn dat ik ontleen aan de site van het festival Ruimtekoers in Arnhem? Kinderen houden van dieren.Tegelijkertijd kan zo'n plaatje gemakkelijk worden misbruikt in het kader van een overkill aan door de overheid geïnitieerde en gesubsidieerde kunstprojecten die een waarachtig, divers en open kunstklimaat verstikken. Een voorbeeld. In de stad Arnhem waar ik woon vond dit najaar 2017 het groots opgezette festival “Ruimtekoers” plaats, dat door het commerciële bureau “Halfvol” georganiseerd is. Hetzelfde bureau dat mede- verantwoordelijk was voor de volstrekt mislukte “Sonsbeek’16 Transaction” tentoonstelling in de zomer van 2016. Het toverwoord “verbinden” was toen de politiek correcte term. Voor “Ruimtekoers” heeft zij er zelfs nog de termen “bewustwording” en “actie” aan toegevoegd, waaraan alle activiteiten van de deelnemende kunstenaars en burgers ondergeschikt werden gemaakt. Laten we wel wezen. Het is een rare figuur dat de overheden oproepen tot een actief protest van haar burgers. Dat maken we toch zelf wel uit. Gelukkig gaat het in de praktijk meestal om het spelen van allerlei onschuldige spelletjes zoals samen broodjes bakken en balletjes slaan. Ernstig is wel, daar waar overheden de kunst subsidiëren, dat er allereerst een Cultuurbudget te besteden is en er vervolgens iets bedacht wordt waarvan het effect van al die door haar geformuleerde hoogstaande ideële doelen op geen enkele manier te meten is. Ook schrik ik iedere keer weer van de overhead (zie de site van Ruimtekoers) van niet productieve maar wel betaalde medewerkers bij een dergelijk project die ten koste gaat van de kunstenaars en de vrijwilligers die het eigenlijke werk doen en in het gunstigste geval met een fooi worden beloond. Kortom: kunstsubsidies zijn een doel in zichzelf geworden en bevestigen daarmee enkel de status quo van subsidieafhankelijke partijen die bereid zijn om hun ziel en zaligheid in te leveren voor een paar centen. Het is evident dat langjarige kunstsubsidies een levendig kunstklimaat verstikken waarin de zozeer gewenste nieuwe initiateven geen enkele kans krijgen. Hier is vooral flexibiliteit gewenst en zouden bijvoorbeeld frictiegelden uitkomst kunnen bieden.   

woensdag 1 november 2017

Huwelijk.

Kunst en Technologie.

OddsstreamArt&TechnologyArnhemDetail2017

Het experimenteren met nieuwe middelen en materialen in de kunst om deze iedere keer weer opnieuw te onderzoeken op haar (on)mogelijkheden is van alle tijden. Zo gaf Het Apollohuis in Eindhoven al decennia geleden alle ruimte aan kunstenaars die met de nieuwe middelen van de tijd werkten en er hun experimentele audio- visuele installaties lieten zien. Toch blijft het altijd weer een moeilijk huwelijk tussen kunst en technologie, niet zozeer voor de gepassioneerde makers zelf maar vooral voor de kijkers of toehoorders om dichtbij (“in”) het werk van de kunstenaars te komen.
Ik herinner mij dat ik zelf vele uren, dagen, zelfs weken in opperste concentratie werkte aan allerlei geluidsexperimenten om het fenomeen van het “rondzingen” te onderzoeken in de gecontroleerde omgeving van het atelier waarbij ik op sommige momenten de sterke ervaring had dat mijn stem of mijn plaats in de ruimte het eerder door mij opgenomen (vastgelegde) geluid hoorbaar kon veranderen. Strikt natuurkundig gezien gaat het hier gewoon om interferentie of reflectie, maar zo’n ervaring heeft wel iets magisch als je het plotseling en onvermoed ontdekt. Hoewel ik vele installaties maakte heb ik dit onderzoek nooit buiten het atelier in een installatie kunnen herhalen om anderen diezelfde magie te kunnen laten ervaren. Kunst en technologie blijft een moeilijk verhaal. Ik herinner mij een moment dat ik de opnamen terugluister van de geluiden die mij eerder in het “laboratorium” haast eindeloos konden begeesteren en zij mij al na een paar minuten gingen vervelen, ja zelfs ergeren.

Het was een moedig initiatief, ODDSTREAM /// art & technology /// einde oktober 2017 in de Eusebiuskerk in Arnhem. Haast een onmogelijke opgave, zoveel met zwarte gordijntjes afgeschermde presentatieplekken voor de werken die de hinderlijke interferentie van de meer intieme werken niet konden uitsluiten in de grote ruimte van de uitbundig aangelichte kerk, zoveel verschillende invalshoeken op het thema, zoveel verschillende ontmoetingen met de werken waarbij soms wel en dan weer niet een actieve deelname wordt gevraagd, zoveel kritische reflectie over de zegen of het onheil van technologie die gevraagd wordt, zoveel softwarematige  vertragingseffecten die inmiddels cliché zijn, zoveel ….. Veel te veel voor mij om als bezoeker ook maar een moment dicht bij de werken te komen. Het is een wel beetje raar dat je achteraf de uitgebreide goed vormgegeven wervingsfolder nodig hebt om de op zich zelf bijzondere werken enigszins te begrijpen en er enige beleving aan te ontlenen. Ieder project zou het verdienen om in een eigen ruimte getoond te worden.