woensdag 28 april 2021

 Opruimen (3)

Bij het opruimen vond ik behalve oude platenspelers ook meerdere 78 toeren platen terug onder de labels Philips, Telefunken, Decca, HMV en Columbia met opwekkende titels die ons kunnen helpen om de crisis te bezweren. Zodra ik de spelers gerenoveerd heb zal ik ook enkele geluidsfragmenten op deze blog proberen te plaatsen. We hebben het hier niet over grote internationale sterren maar over ons eigen Hollandse erfgoed. Wat te denken van Bier, Bier, Bier van Louis Noiret met Het Brouwerskoor, De Polkaparade van de Bietenbouwers o.l.v. boer Biet, Twee Reebruine Ogen van de Selvera’s, Oh, wat ben je mooi van De Spelbrekers, Mijn wiegie was een stijfselkissie van Zwarte Riek, Daar zijn de appeltjes van Oranje weer van Max van Praag,  De Potpourri’s van Johnny Jordaan, Leen mij nog een kusje van de Skymasters, Falderi Faldera van  Eddy Christiani, Het Fiere Schooiershart van de Straatzangers, Met een Piek en een Kwartje van Helma en Selma en s‘Avonds als het Kampvuur brandt van The Chico’s.

  

 Opruimen (2)

 
 
 
schilderingen op papier 1995

Bij het opruimen vond ik ook een serie schilderingen op papier terug die ik rond 1995 maakte. Het ging mij toen louter om in beelden de suggestie van beweging en ruimte op te roepen. Nu ik de schilderingen weer terug zie valt het mij op dat ik deze beelden toch geheel anders ervaar. Ik zie nu vooral aspecten zoals dreiging, chaos en uitzichtloosheid. Wellicht is het toch de Coronacrisis die mijn beeld inkleurt. Het beeld is immers in de ogen van de kijker.

dinsdag 13 april 2021

 Opruimen (1)


Schatgraven

Funkschau 1953


Karikatuur 1967

De Coronacrisis gaat geheel aan mij voorbij, zo dacht ik aanvankelijk net iets te hooghartig. Meer dan een jaar na het begin van de crisis ben ik toch tot een nieuw inzicht gekomen. Niet dat het virus mij nu te pakken heeft, ik heb twee vaccinaties gehad en ben recent nog negatief getest, maar reden is wel de impact van de Lock Down die mij noodzaakt om mijn fysieke contacten en activiteiten sterk te beperken. Zo moest ik de galerie die ik vorig jaar opende, na een paar tentoonstellingen gemaakt te hebben, al weer snel sluiten. Dat was een tegenvaller, maar daarvoor in de plaats kwam iets heel moois. Omdat mijn dochter en haar partner, die  door de crisis gedwongen zijn om thuis te werken in hun appartement, zorg ik nu samen met mijn vrouw een aantal dagen per week voor hun pasgeboren tweeling. Tot mijn verrassing betekent het `meer thuis zijn´ ook een soort van ontdekkingstocht naar al die plekken in het huis waar ik in de loop der jaren veel spullen heb opgeslagen. Met de bedoeling om alles maar eens goed op te ruimen, ben ik begonnen op de zolder, waar ik een schat aan dia´s, agenda´s, speelgoed, foto´s, elektronica, les- en studiematerialen, 33 en 45 toeren platen, camera’s, tekeningen, boeken, formulieren, kaarten en nog zoveel meer vond. Je kijkt dan even terug in de tijd en wordt weer herinnerd aan al die mooie maar soms ook lelijke momenten in je leven.

Laat ik beginnen met twee zeer verschillende voorbeelden van de spullen die ik terugvond. Allereerst noem ik de vele tijdschriften, Radio Bulletins en inruilschema’s (o. a. van radiobuizen) uit de 50-tiger jaren die handelen over de nieuwste radio-en televisietechnieken van die tijd. Het is nauwelijks te bevatten dat we ooit het dak op moesten om de antenne te richten. Ik laat hierbij de voorpagina zien van het blad Funkschau uit 1953 met een antennebouwer, die bezig is met het bepalen van de optimale richting van de antenne. Wellicht kunnen deze items interessant zijn voor verzamelaars. Laat mij maar weten. Daarnaast vond ik ook een groot aantal oude tekeningen terug die voor een groot deel uit mijn herinnering waren verdwenen. Het zijn vooral karikaturen die ik tekende voordat ik aan een serieuze kunststudie begon. Een van die karikatuurtekeningen uit 1967 laat ik zien waarin de vraag naar het “normale” aan de orde wordt gesteld.

 

donderdag 7 januari 2021

Vraag en aanbod bij elkaar brengen.

Bart Verburg

Lege gebouwen in iedere stad zijn er, haast vanzelfsprekend, voortdurend en volop. Meestal zijn deze plekken ook zeer geschikt om er, gecombineerd met een verantwoord leegstandsbeheer, tijdelijk een hoogwaardige culturele bestemming aan te geven, voordat de eigenaar/ beheerder/ ontwikkelaar/ etc. er haar herbestemmingsplannen realiseert. Op de tijdelijke plekken in Arnhem die wij als kunstinitiatief B53 verlieten zijn inmiddels mooie projecten verschenen, zoals een restaurant aan de van Muilwijkstraat 23 (VM23) en een appartementengebouw aan de Broerenstraat 53 (B53) in Arnhem. Sindsdien zijn wij gaan reizen en organiseerden beeldende kunsttentoonstellingen Oosterbeek, Nijmegen en Apeldoorn, nadat we dat eerder o.a. ook in Düsseldorf deden. De autonomie van de beeldende kunst is daarbij voor ons leidend om vanuit een strikt particuliere en onafhankelijke houding, geheel ongesubsidieerd, onze passie met de hedendaagse beeldende kunst uit te drukken door kunstenaars een plek te bieden om hun werk aan het publiek te tonen. Immers, het “beste” dat gemaakt wordt moet getoond kunnen worden. Helaas, ondanks het grote aanbod van getalenteerde beeldende kunstenaars, b.v. in de regio Gelderland, wordt hen nauwelijks een structurele tentoonstellingsplek voor hun werk geboden, niet door de overheden, niet door de drie provinciale musea en ook niet door de particuliere galeries, voor zover deze nog bestaan. Circa...dit, sinds jaren een belangrijke plek voor de beeldende kunst in Arnhem lijkt nu ook haar subsidie te verliezen. In grote tegenstelling hiermee worden wel, uiterst selectief, vele honderden miljoenen door de diverse overheden in Gelderland besteed aan nieuwe gebouwen voor slechts enkele kunstinstellingen. De vele miljarden die de provincie Gelderland nog op de bank heeft staan dienen hiervoor zonder twijfel als een buffer. Ja, je moet vooral groot denken. Helaas, de verhoudingen in de kunstwereld tussen de gevestigde instituten en haar experimentele basis zijn hiermee volledig gecorrumpeerd! Reden te meer om voor een fractie van de huidige cultuurgelden het overweldigende kunstaanbod, samen met gepassioneerde kunstinitiatieven, te verbinden met de structurele leegstand van gebouwen om er (tijdelijk) autonome beeldende kunst te presenteren.

maandag 27 april 2020

Waarom?

Waarom Herman niet?


Een monnik uit België die ons nog heel veel geluk gaat brengen  

Op zondag 1 maart ben ik naar Zwolle gereisd om in de Fundatie de tentoonstelling CRUX te zien waarin een viertal oud-studenten van Neo Rauch en Arno Rink hun beeldende werken toonden. Het is prachtig om te zien hoe zij, ieder op een zeer persoonlijke wijze, met een groot vakmanschap schilderijen hebben gemaakt die volstrekt nieuwe, vaak verrassende maar soms ook confronterende beelden laten zien van onze wereld. Je kunt er over discussiëren of deze beelden werkelijk enige relevantie hebben, ja zelfs of zij enig inzicht bieden over hoe we onze wereld beschouwen, maar de daad van het focussen op een persoonlijk sterk gevoeld onderwerp of thema en het sublimeren daarvan in beeldende handelingen, die voorwaardelijk zijn voor prachtige kunstwerken, was in deze tentoonstelling zonneklaar. Tegenover de Fundatie is ook het Herman Brood Museum te bezoeken. Er is van alles af te dingen op de wijze waarop het beeldende idioom van Herman Brood op een uiterst commerciële manier in uiteenlopende producten wordt verpakt en uitgebuit. Dit neemt echter niet weg dat Herman Brood als kind van zijn tijd toch een interessante kunstenaar is. De haast impulsieve directheid van zijn invallen en notities samen met zijn heldere tekenstijl doen niet onder voor zijn tijdgenoot Karel Appel die voor veel minder pregnante onderwerpen heel veel verf nodig had. Als lid van Cobra maakt hij deel uit van de canon en daarmee van de kunstgeschiedenis. Waarom Herman niet?

donderdag 9 april 2020

Even tijd voor reflectie

In Tijden van Schaarste.


Museum Arnhem

De kunsten kennen vele disciplines. In deze barre tijden waarin de theaters en muziekzalen zijn gesloten voor het publiek hebben vooral de uitvoerende kunstenaars het zwaar. Het sluiten van de musea is voor de beeldende kunstenaars echter van veel minder direct belang dan het sluiten van de galeries, de beurzen etc. doordat hiermee hun exposities worden opgeschort of zelfs definitief worden afgezegd. Het is nog maar de vraag of de beeldende kunstenaars en galeriehouders gebruik kunnen gaan maken van de compensatieregelingen van de overheid als zij niet beschikken over de juiste SBI-code. Ondertussen lees ik in het plaatselijke advertentieblaadje De Arnhemse Koerier een artikel onder het kopje “Fase 1 verbouwing museum is klaar” dat de gehele Eschauzievleugel, met daarin de Rijnzaal met haar panoramische uitzicht over de uiterwaarden van Arnhem, is gesloopt en ontmanteld. Goed gedaan jongens! Laten we echter wel wezen, je kunt gewoon op ieder moment vanaf iedere plek op het Bovenover voor noppes ditzelfde beeld tot je nemen. Blijkbaar heeft de framing van dit uitzicht d.m.v. een museumraam een meerwaarde waarvoor we graag vele miljoenen willen neertellen. Dat is toch vreemd, na de verbouwing steekt de nieuwe vleugel vanaf het Onderlangs gezien, jawel een wereldschokkende 15 meter uit over de stuwwal, maar krijgen we van binnenuit gezien gewoon weer hetzelfde beeld terug. Laten we beseffen dat museumgebouwen, die architectonisch gezien ook zelf een kunstwerk willen zijn, vaak op een slechte manier toegang geven aan de geëxposeerde werken bijvoorbeeld door hele rare entrees en trappartijen zoals in Nijmegen en Apeldoorn. Vervolgens zijn er weer kostbare verbouwingen nodig om de schade te herstellen. In het haast absurdistische verhaal hierboven gaan er jaarlijks vele miljoenen aan overheidsgelden rond. Voor slechts een fractie van dit bedrag zou je een structurele plek voor de beeldende kunst kunnen maken waar getalenteerde kunstenaars elkaar en het publiek kunnen ontmoeten om er hun werken, acties. performances en evenementen te presenteren.  

zaterdag 4 januari 2020

Thema's en Trends

Over Power en Control

Affiche CODA

Op mijn blog schreef ik eerder kritisch over de overdreven, zeer kostbaar ingerichte tentoonstelling “Body Control” dat Museum Arnhem onlangs in de Kerk organiseerde waarin zij hoogdravend beweerde dat rare sieraden en modeaccessoires iets te maken zouden hebben met de maakbaarheid van het lichaam. Museum Coda Apeldoorn toonde tegelijkertijd een tentoonstelling met een allegaartje aan fotoprints onder de titel “Drag”, waarin we in kennis worden gesteld van de onbedwingbare behoefte bij sommigen om voor even “vrij” te zijn door onder meer als man een jurk aan te trekken en daar trots op te zijn, ja zelfs om daarmee te kunnen schitteren. De keuze voor deze extreme thema's laat zien dat de druk bij deze instituten blijkbaar erg groot is geworden om te scoren. Laat ik vooropstellen, het staat eenieder vrij om zijn geaardheid te beleven en te tonen. Dat geldt evenzeer voor de individuele beeldende kunstenaar die er voor kiest om in zijn of haar werk maatschappelijke betrokkenheid tonen of persoonlijke vragen naar identiteit te stellen. Echter, als onze instituten en fondsen voor de beeldende kunst, net iets te vaak en te nadrukkelijk, in dienst gaan staan van deze en andere trends, is de beeldende kunst niet vrij meer en verliest zij onherroepelijk haar beeldende kracht. Zouden musea, in plaats van slaafs allerlei trends te volgen die in alle varianten op internet te vinden zijn, niet veel meer hun best moeten doen om met regelmaat buiten hun muren te gaan kijken en, in direct contact met de beeldende kunstenaars, de galeriehouders en de verzamelaars, de vaak lange, soms lastige, doch immer strikt individuele ontwikkelingsprocessen van de meest interessante en talentvolle kunstenaars blijvend te volgen. Dan kunnen daarmee op termijn weer prachtige tentoonstellingen gemaakt en unieke verzamelingen aangelegd worden.

Balans (2)

Over de dreigende verschraling en kaalslag in de kunst.

minuscuul lichtje aan het einde van een gangetje in Cefalu
  
Wat hebben we eigenlijk nog over voor de kunst? En over welke kunst hebben we het dan? Omdat het absolute budget voor de kunsten sterk onder druk staat, is het van groot belang om een gezonde balans te houden in de toekenning van de subsidies door de verschillende overheden aan de verschillende actoren binnen het kunstenveld. De balans lijkt in toenemender mate verstoord te worden, met name die tussen de grote, gevestigde kunstinstellingen en de kleinere kunstinitiatieven, waarbij deze laatste aan het kortste eind lijken te trekken. Als kunstliefhebber en medeorganisator van B53 (voorheen VM23), zie ook www.b53.nl  en onze Facebookpagina B53ART, maakten wij de afgelopen 5 jaar tentoonstellingen van beeldende kunst om honderden beeldende kunstenaars een podium te kunnen bieden. Dit deden we zonder enige subsidie. Niets is echter gratis. We merken nu, einde 2019, dat niet alleen het beheren en gebruiken van een (leegstaand) pand maar ook het verkrijgen ervan moeilijker en kostbaarder is geworden. Als het ons niet meer lukt om een nieuwe plek voor de kunst te verwerven, wordt daarmee definitief een podium ontnomen aan honderden beeldende kunstenaars in de regio om hun werken aan het publiek te kunnen tonen. Wij spreken hiermee ook onze politieke vertegenwoordigers aan. Het is schrijnend om te moeten beseffen dat, voor een marginaal deel van de kosten van slechts een of enkele van de museumtentoonstellingen, biënnales of evenementen in de regio, vele jaren lang unieke tentoonstellingen en evenementen zouden kunnen worden georganiseerd met actuele en experimentele werken van talentvolle kunstenaars, juist daar op een moment waarin zij de beeldtaal in hun werken onderzoeken op haar vorm en inhoud en deze ook ter discussie durven te stellen aan een groter publiek.

zondag 22 december 2019

Beelden die ontstaan in de ogen van de kijkers

Inpakken

PilarenPergolaParkAngerenstein

“Ik woon nabij een park in Arnhem. In het park zijn er bosschages, grasvelden, wandelpaden en vijvers, maar er is ook een pergola waarvan de pilaren op dit moment vernieuwd worden door het bedrijf Koninklijke Woudenberg. Tijdens de werkzaamheden werden deze pilaren om constructieve redenen met wit, plastic folie ingepakt. De wijze waarop de werklieden dit (waarschijnlijk onbedoeld) hebben gedaan, riep bij mij als argeloze kijker voor een moment sterk de associatie met Griekse beelden op. Het is nog heel even wachten voordat de kunstenaar Christo eindelijk zijn droomwens om de Arc de Triomph in Parijs te willen inpakken kan gaan vervullen, maar in ons park Angerenstein in Arnhem kunnen we alvast een voorproefje nemen. Echter, als het cement gedroogd is, gaat het plastic er af en is het feest voorbij. De kijkafstand bij deze beeldillusie is hierbij cruciaal. Van dichtbij is er niets anders dan gewoon het materiaal zelf te zien (pilaren met gemetselde stenen die met plastic folie zijn ingepakt), van een afstand gezien rijzen er echter staande figuren op tegen een donkere achtergrond. Het is interessant om met staanders, wit plastic, bindmateriaal en enkele latten dergelijke beelden, in allerlei varianten qua houding, ook zelf te maken. Het zou perfect passen binnen mijn actuele beeldende werk waarin ik o.a. abstracte schilderingen maak die na het inkaderen daarvan in de ogen van kijkers afbeeldingen van landschappen worden. Beelden zijn immers illusies.


dinsdag 3 december 2019

Museumbezoek

Body Control

Schoonmaakkarretje Expo BC 

Op zondag 01 december 2019 ben ik even de Walburgiskerk in Arnhem binnen gelopen waar het Museum Arnhem tijdens de verbouw van haar museumgebouw tijdelijk gehuisvest is. Na het scannen van mijn museumpasje heb ik het boekje dat ik kreeg uitgereikt, met verklarende teksten over de 200 tentoongestelde werken van 100 sieraden- en modeontwerpers in de tentoonstelling Body Control, vriendelijk afgeslagen. “Ik kijk wel met mijn oogjes” zei ik nog tegen de baliemedewerkster. Ik zag dat ze het goed vond. Met enige moeite vond ik tussen de vele gordijnen, lappen, doeken, prints en plastic bollen die in de kerk waren opgehangen inderdaad de 200 werken terug die, zoals ik later las, de actuele kwesties rondom de maakbaarheid van het lichaam aan de orde zouden stelden. Op geen enkel moment kwam deze op zichzelf interessante gedachte dwingend bij mij op tijdens mijn rondgang door de kerk. Dat kan te maken hebben met de keuze van de werken, maar vooral ook met de presentatie ervan. De keuze om de werken te etaleren binnen een net iets te overdadig vormgegeven rariteitenkabinet is naar mijn gevoel ten koste gegaan van een meer zuivere en directe presentatie van de werken. Pas achteraf begreep ik waarom ik tijdens mijn rondgang door de tentoonstelling slechts een enkele foto maakte. Dit was een foto van het karretje van de schoonmakers dat tegen een muur was achtergelaten. Het is “officieel” geen kunstobject, maar sprak mij meer aan dan al het andere. Een gebouw is immers ook een soort lichaam dat moet worden gereinigd.